Beatrijspad 2, 2722 ZP, Zoetermeer
079 3629247
Daniëlle Veenstra- van der Plas
Maayke Zwegers

Het team van Kinderfysiotherapie Groei! bestaat uit 2 enthousiaste kinderfysiotherapeuten, die graag samen met u de hulpvraag over uw kind willen aanpakken.

Binnen Kinderfysiotherapie Groei! zijn er diverse expertises aanwezig.

In de eerste plaats is elke therapeut afgestudeerd Kinderfysiotherapeut. Dit houdt in dat ze na de HBO studie Fysiotherapie een aanvullende (master) opleiding van 3-4 jaar hebben gevolgd tot Kinderfysiotherapeut.

Om de opgedane kennis tijdens de opleiding up-to-date te houden, en om bepaalde kennis verder te verbreden of verdiepen, worden er door de therapeuten regelmatig cursussen en bijscholingen gevolgd. Zo blijft de kwaliteit van de behandelingen hoog en wordt er de best mogelijke zorg gegeven aan elke patiënt. Daarnaast zijn we geregistreerd in het Centraal Kwaliteitsregister en in het BIG-register (Maayke: 19909670504 en Daniëlle: 49061882704)

Binnen Kinderfysiotherapie Groei! zijn wij onder andere gespecialiseerd in het onderzoeken en behandelen van:

We spreken van een prematuur geboren baby als de baby geboren is voor de 37ste week van de zwangerschap. De eerste periode is vaak een spannende en onrustige tijd, en dit wordt ook zo door de baby ervaren. Een deel van de prematuur geboren baby’s ervaart problemen met onder andere de motorische ontwikkeling, vertoont onrust of overstrekt regelmatig. De kinderfysiotherapeuten van Kinderfysiotherapie Groei! kunnen u en uw baby hierbij helpen. Hierbij wordt onder andere gebruik gemaakt van verschillende motorische testen zoals de AIMS en de TIMP.

De TIMP (Test of Infant Motor Performance) is een test in Nederland voor kinderen in de leeftijdscategorie van 34 weken postconceptionele leeftijd tot 17 weken (gecorrigeerde) leeftijd. Met de test meten we de houdings- en selectieve motorische controle. Deze motorische controle wordt door de baby gebruikt tijdens dagelijkse functionele handelingen (bijvoorbeeld handjes naar de mond brengen of met de benen trappelen). Vanuit de rest meten we of er een vertraagde motorische ontwikkeling aanwezig is.

Een voorkeurshouding bij zuigelingen komt vrij vaak voor. Normaal gesproken wisselt een baby het kijken en draaien van het hoofdje naar links en rechts voldoende af. Kijkt uw baby echter voornamelijk naar één zijde, overdag en/ of `s nachts, dan is er sprake van een voorkeurshouding. Hier zijn verschillende oorzaken voor. Zo kan het zijn dat de omgeving er voor zorgt dat uw baby steeds naar dezelfde kant kijkt, maar kan er ook bijvoorbeeld een beperking in de nek zitten of kan het zelfs een uiting zijn van heupproblemen. Het is dus belangrijk om te laten onderzoeken wat de reden is waarom uw baby meer naar één kant kijkt. De kinderfysiotherapeuten van Kinderfysiotherapie Groei! kunnen u daar bij helpen.

Wanneer het hoofdje van uw baby wat platter wordt aan één zijde, bijvoorbeeld als gevolg van een voorkeurshouding, noemen we dat een plagiocephalie (afplatting aan de zijkant) of een brachycephalie (afplatting aan de achterkant). Met de regelgeving rondom wiegendood, mogen kinderen sinds enkele jaren alleen op de rug slapen. Als zij hierbij dan ook een voorkeurshouding ontwikkelen, zie je het hoofdje vaak afplatten.

Als ouders wilt u uiteraard geen afplatting bij het hoofdje van uw baby, maar voor de kinderfysiotherapeuten van Kinderfysiotherapie Groei! is het vooral van belang om te onderzoeken waardoor de afplatting wordt veroorzaakt. Op deze manier kan de oorzaak worden aangepakt en hiermee zowel direct als indirect gewerkt wordt aan het laten afnemen van de afplatting.

Om vast te stellen in hoeverre er een afplatting aanwezig is en of deze in de loop van de tijd afneemt, wordt gebruik gemaakt van het meetinstrument “Plagiocephalometrie”. Met behulp van een speciaal bandje wordt de vorm van de schedel van uw baby in kaart gebracht. Vervolgens worden hier berekeningen op toegepast waardoor er een percentage als waarde uit komt. Deze percentages zijn in te delen in categorieën, waardoor duidelijk wordt of er een afplatting is en in welke mate.

Een groot deel van de kinderen die met een hulpvraag bij de kinderfysiotherapeut komen, hebben problemen met de motorische ontwikkeling. Om deze problemen vast te stellen wordt er tijdens het onderzoek gebruik gemaakt van verschillende motorische testen, afhankelijk van de leeftijden van de kinderen.

Naast de motorische testen wordt er ook gebruik gemaakt van verschillende testen om de spierspanning te meten, de spierkracht en spierlengte te testen en de mobiliteit van gewrichten te onderzoeken.

Loopproblemen kunnen zich in vele vormen uiten. Kinderen komen met verschillende hulpvragen:

  • Pijn in de voeten
  • Platvoeten
  • Voeten staan naar binnen
  • Knieën staan naar binnen
  • Tenenlopen
  • Struikelen
  • Veel vallen

De kinderfysiotherapeuten van Kinderfysiotherapie Groei! onderzoeken uw kind, waarbij onder andere gekeken wordt naar de spierkracht, stabiliteit en beweeglijkheid van de benen en de rug. Tevens wordt beoordeeld of het mogelijk nog past bij de leeftijd van uw kind. Daarna wordt met u besproken of wij dit kunnen behandelen,  of dat de expertise van een andere specialist nodig is, zoals bijvoorbeeld van een podotherapeut, manueel therapeut of kinderarts.

Alles wat te maken heeft met bewegen van de botten en gewrichten valt onder orthopedische klachten. Dit is een zeer breed spectrum. Deze problemen kunnen tevens pijnklachten veroorzaken, waardoor kinderen vaak niet meer goed mee kunnen doen met dagelijkse activiteiten of sport. Veel voorkomende problemen die de kinderfysiotherapeut ziet zijn:

  • Bewegingsbeperking na operatie/breuk van bot
  • Pijnklachten aan knieën en hielen als gevolg van de groei (bijvoorbeeld Osgood Schlatter, Patellafemorale klachten, Morbus Sever)
  • Platvoeten (pes plano valgus genoemd)
  • Rugklachten
  • Schouderklachten

Bij kinderen in de groei kan het gebeuren dat de rug op een bepaalde manier groeit, waardoor rechtop zitten niet meer mogelijk is. Of er kan sprake zijn van een beenlengteverschil. Als gevolg hiervan kan zich een standsafwijking van de wervelkolom ontwikkelen. Een scoliose is een zijwaartse kromming van de wervelkolom. Ook kan er sprake zijn van een vergrote kyfose (verkromming) of vergrote lordose (holle rug).

Om rugklachten te voorkomen of te verminderen is het belangrijk dat de beweeglijkheid en de spierkracht van de romp behouden blijft of zelfs door training kan toenemen. Bij Kinderfysiotherapie Groei! stellen we samen een oefenprogramma op om de rug zo optimaal mogelijk te laten bewegen.

Naast vergroeiingen van de wervelkolom, kan het ook zo zijn dat uw kind zelf niet goed weet wat een goede stand is, maar dit is dan nog wel te corrigeren. En andere kinderen krijgen hoofdpijn door een verkeerde houding. En ook tijdens het zitten in de klas is het belangrijk dat kinderen een goede houding hebben.

Voor kinderen die niet goed weten hoe ze in de juiste houding moeten bewegen, oefenen we samen deze houdingen tijdens de behandelingen en geven we tips en adviezen mee voor thuis en op school.

Als je kind klachten ervaart tijdens het sporten, bestaat bij veel ouders de vraag “Naar welke fysiotherapeut moeten we gaan? De sportfysiotherapeut of de kinderfysiotherapeut?”

Effect van groei op het bewegen bij kinderen
Veel klachten die bij kinderen rondom het sporten ontstaan, staan in relatie met de groei. Een kind is eigenlijk vanaf de geboorte tot na de puberteit in ontwikkeling op vele gebieden.

Er zijn 3 fases van groeispurt te onderscheiden. Tijdens zo’n fase is alles in het lichaam ontregeld. De verhouding tussen botten en spieren is zoek, en op sommige leeftijden is ook de hormoonhuishouding aan verandering onderhevig. Door deze disbalans kunnen kinderen minder goed gaan presteren en motorisch minder handig worden. In deze fase is de risico op blessures dan ook flink verhoogd. Aan het eind van de groeispurt ontstaat er weer meer balans in het lichaam.

Het is van belang om op de hoogte te zijn op welke aspect je bij een kind in de groei moet insteken en in welke fase van de groei een kind zich bevindt, om de blessure op de juiste wijze te behandelen, zodat je zorgt voor verbetering in plaats van meer schade.

Systemen tijdens het sporten bij kinderen
Daar waar volwassenen voornamelijk suikers verbranden tijdens inspanning, zijn kinderen veel meer bezig met vetverbranding. Kinderen bewegen vooral aeroob. Hiervan is de afvalstof CO2, een stof die je uitademt. Vanaf de puberteit gaan kinderen over op meer de anaerobe systemen, waardoor pas vanaf dat moment ook lactaat (melkzuur) aangemaakt wordt.

Tevens is het van belang om niet te vroeg met krachttraining te beginnen bij kinderen. Als krachttraining vanaf een bepaalde leeftijd wel ingezet kan worden, wordt voornamelijk gebruik gemaakt van het eigen lichaamsgewicht van het kind. Trainen met gewichten is pas in bepaalde fase van de ontwikkeling verstandig.

Motorisch leren
Kinderen leren op een andere manier dan volwassenen. Kinderen kijken vooral naar het ‘wat’, terwijl volwassenen meer kijken naar het ‘hoe’. Voor kinderen is het doel dus belangrijker dan de manier van uitvoeren.

Als je bijvoorbeeld kijkt naar de opdracht ‘Bal gooien in de korf’ dan zal een volwassenen (zowel bewust als onbewust) bedenken hoe je de bal het beste kunt gooien om raak te gaan gooien. Voor een kind is het belangrijk dat de bal in de korf komt en zal zich daar op focussen zonder na te denken hoe de uitvoering moet of is verlopen. Hierdoor zal je ook meer variatie in de manier van uitvoeren (in dit geval gooien) zien, dan wat je bij een volwassenen zou zien.

Voor ons als therapeut is het een uitdaging om het kind, zonder het voor te kauwen, zelf te laten ervaren en ontdekken hoe het kind tot een bepaald resultaat komt, en hoe het kind dit kan aanpassen om het resultaat te veranderen of te verbeteren.

Tevens is het werkgeheugen van kinderen beperkt. Een kind kun je dus niet overladen met veel informatie en dit moet stapsgewijs aangeboden worden, waarbij het kind tijd nodig heeft om de informatie eerst te verwerken.

Dit vergt dus een compleet andere aanpak dan dat volwassenen nodig hebben.

Sportfysiotherapie of kinderfysiotherapie?
Een kind in ontwikkeling kun je niet zien als een mini-volwassenen. Het lichaam en de systemen die een kind gebruikt om te functioneren, zijn totaal niet te vergelijken met het lichaam en de systemen van een volwassene. Om kinderen goed te begeleiden en te zorgen dat zij verbeteren in plaats van achteruit gaan, is kennis en kunde rondom de ontwikkeling van kinderen dus van groot belang.

Elke kinderfysiotherapeut heeft veel kennis van de ontwikkeling van het kind. Daarnaast hebben de kinderfysiotherapeuten binnen Kinderfysiotherapie Groei! extra verdieping gevolgd op het gebied van sportklachten van kinderen waardoor de therapie zich op het complete plaatje kan richten.

Sportfysiotherapeuten hebben geen/minder kennis van de ontwikkeling van kinderen vanuit de opleiding meegekregen. Mocht je er toch voor kiezen om met je kind naar een sportfysiotherapeut te gaan, zoek dan specifiek naar iemand met kennis van het opgroeiende kind die opgedaan is door cursus/bijscholing. Dit in het belang voor het juiste herstel van de klachten van je kind.

Vragen over de klachten van je kind? Neem gerust contact met ons op.

Bij Kinderfysiotherapie Groei! kunnen kinderen terecht met problemen in de sensorische informatieverwerking vanaf de geboorte tot aan 18 jaar.

Sensorische informatieverwerking heeft te maken met de zintuigen. Met de zintuigen die iedereen wel kent kan je ruiken, proeven, horen, voelen en zien. De minder bekende zintuigen zijn echter minstens zo belangrijk, zoals het evenwichtsorgaan en de zintuigen in gewrichten en spieren, om goed te kunnen bewegen.

Al tijdens de zwangerschap ontwikkelen de zintuigen zich. De baby hoort diverse geluiden, voelt continu de aanraking van het vruchtwater en beweegt zelf en wordt bewogen. Het eerste levensjaar legt vervolgens een belangrijke basis in het leren verwerken van de diverse zintuiglijke prikkels, die van belang zijn voor de sensorische-motorische informatieverwerking en de ontwikkeling van het brein.

Alle zintuigen werken de hele dag samen, zodat er goed kan worden gereageerd op de omgeving. De zintuigen laten ons weten dat we bij een rood stoplicht moeten stoppen, dat we bij een volle blaas naar de wc gaan en dat we een hete pan met pannenlappen vastpakken. De zintuigen bestaan afzonderlijk van elkaar maar werken samen om als één geheel te functioneren.

Als dit niet gebeurt, dan kan er sprake zijn van een sensorisch informatieverwerkingsprobleem. In dat geval komen informatieve prikkels uit de omgeving sterker binnen, of juist minder sterk. Het kind neemt deze informatie rommelig waar, waardoor het anders reageert op de omgeving. De zintuigen werken niet goed samen. Dat heeft invloed op het gedrag van een kind. Dat gedrag kan door anderen als vreemd, druk, onhandelbaar of afwezig worden ervaren. Maar in werkelijkheid krijgt het kind informatie over de wereld anders binnen. Prikkels kunnen versterkt binnenkomen, dit wordt ook wel overregistratie genoemd en is ook wel bekend als hoogsensitief. De prikkels kunnen ook onvoldoende worden waargenomen, dat is de onderregistratie. En daarbij kan ook sprake zijn van modulatieproblemen, waarbij wisselend op de prikkels wordt gereageerd.

Voorbeelden van problemen in de sensorische informatieverwerking

Het evenwichtsgevoel waarschuwt te snel voor gevaar. 
Hierbij is het kind heel gevoelig voor bewogen worden. Zijn zintuigen reageren bij minimale beweging of verandering van houding. Bewogen worden, stoeien en andere wilde spelletjes vindt hij niet prettig. Hierdoor komen deze kinderen wat angstig over en zijn zij meestal minder beweeglijk dan anderen. Dit kan al zichtbaar zijn op de babyleeftijd en kan gevolgen hebben voor de motorische ontwikkeling.

Het evenwichtsgevoel waarschuwt te weinig en wordt niet opgemerkt. 
Het kind merkt te weinig wanneer het wordt bewogen. De zintuigen geven te weinig informatie door. Het kind heeft een voorkeur voor beweging, schommelen, bewogen worden, stoeien en andere wilde spelletjes. Het zijn vaak echte waaghalzen en ze hebben moeite met stilzitten. Ze zien geen gevaar.

Het tast- en spiergevoel waarschuwt te snel voor gevaar. 
Deze kinderen zijn gevoelig voor aanraken: de tast en het houdingsgevoel reageren hierop heel snel. Aangeraakt worden, op schoot zitten en knuffelen vinden deze kinderen niet prettig. Verder zijn ze vaak heel kieskeurig wat betreft het eten en bijvoorbeeld kleding, die ze al gauw ervaren als ‘kriebelig’. Spelen met water, zand, klei en verf is meestal niet favoriet. Ze vinden het al gauw vies.

Het tast- en spiergevoel waarschuwt te weinig en wordt niet opgemerkt.
Hierbij merkt het kind nauwelijks dat het wordt aangeraakt, of dat het zelf iets aanraakt. De zintuigen geven te weinig informatie door. Deze kinderen ervaren hun lichaam minder goed en zijn daardoor vaker onhandig. Ze stoten zich snel en spelen juist wel graag met ‘vieze’ materialen zoals zand, klei en verf.

Informatieverwerking vanuit het gehoor is te veel.
Hierbij hoort het kind veel meer dan het zou hoeven horen, zoals het tikken van een klok. Hierdoor is het moeilijk om de aandacht op een juiste manier te richten.

Informatieverwerking vanuit het gehoor is te weinig.
Deze kinderen hebben meer moeite met het verwerken van de geluiden die uit de omgeving komen. Het kind lijkt (Oost Indisch) ‘doof’ maar het kost tijd om de informatie te verwerken of komt onvoldoende binnen.

Informatieverwerking vanuit het zien is teveel.
Deze kinderen zien als het ware alles en zijn daardoor snel afgeleid. Ze hebben oog voor detail, maar ook op momenten dat dit niet belangrijk is.

Informatieverwerking vanuit het zien is te weinig.
De informatieverwerking vanuit het zien verloopt te traag, maar meestal mankeert er niets aan de ogen. Deze kinderen hebben meer tijd nodig om te reageren en zijn daardoor vaak te laat, zoals bijvoorbeeld bij het vangen van een bal.

Bij Kinderfysiotherapie Groei! wordt een uitgebreid onderzoek afgenomen zodat de sensorische informatieverwerking goed in kaart gebracht kan worden. Dit onderzoek bestaat onder andere uit vragenlijst voor ouders en eventueel leerkracht, uit een onderzoek in de praktijkruimte en indien mogelijk, uit een observatie in de omgeving waar de problemen het meest op de voorgrond treden (zoals thuis, op het kinderdagverblijf of in de klas). Indien er sprake is van problemen in de zintuiglijke prikkelverwerking zal een behandelplan worden opgesteld, waarbij het kind diverse manieren gaat leren om de diverse prikkels uit de omgeving goed te verwerken.

Schrijven komt steeds minder vaak voor in het dagelijks leven in Nederland. Toch is het nog steeds essentieel dat een kind goed leert schrijven. Het schrijven is niet alleen een stimulatie voor de fijne motoriek, maar uit diverse onderzoeken blijkt dat schrijven een veel grotere invloed heeft op de hersenen en ook invloed heeft op andere gebieden van de ontwikkeling!

Als uw kind niet goed kan meekomen met schrijflessen dan kan dit verschillende oorzaken hebben. Bij Kinderfysiotherapie Groei! kijken wij wat de oorzaak is van de schrijfproblemen. Zo kan het bijvoorbeeld liggen aan de penvatting, de schrijfhouding, maar het kan ook zijn dat de fijne motoriek nog niet rijp genoeg is om tot schrijven over te kunnen gaan.

Er worden verschillende onderzoeken gedaan waarbij gekeken wordt naar verschillende aspecten van het schrijven en de fijn motorische ontwikkeling. Aan de hand hiervan wordt er een behandelplan opgesteld en uitgevoerd.

Soms hebben kinderen niet alleen een motorische probleem maar speelt er nog veel meer omheen. Zo kan er bijvoorbeeld sprake zijn van autisme (ASS), ADHD, Cerebrale Parese of syndromale afwijkingen zoals Syndroom van Down of het Prader Willi Syndroom.

Tijdens de behandeling wordt er altijd met rekening gehouden met de mogelijkheden van uw kind en wordt er ingegaan op de specifieke behoefte van uw kind. Kinderfysiotherapie Groei! is er voor het aanpakken van de motorische problemen, maar zal daarnaast ook meedenken en rekening houden met alle aspecten van het kind die tevens van invloed zijn op de motorische problemen om zo tot een optimaal behandelresultaat te komen.

Tevens kunnen wij tijdens de behandelingen de volgende expertises inzetten:

Bij baby’s die veel spanning ervaren, bijvoorbeeld baby’s die zich overstrekken of bij huilbaby’s, kan gebruik gemaakt worden van technieken die bij de babymassage horen.

Het eerste communicatiemiddel van ouders met een pasgeboren baby is aanraken. Door het aanraken vormt er een relatie tussen ouder en kind, wat van essentieel belang is voor de hechting. Met babymassage kan aan de behoefte aan lichamelijk contact van de baby voldaan worden en kan liefde en emotie worden geuit. De babymassage heeft zowel emotioneel als lichamelijk een positieve werking. Hierdoor gaat de baby zich in alle opzichten prettig voelen en meer ontspannen. De kinderfysiotherapeuten van Kinderfysiotherapie Groei! zijn gespecialiseerd in de Shantala Babymassage.

Het dragen van uw kindje middels een draagdoek of ergonomische drager kan therapeutisch worden ingezet. Het kan een positieve bijdragen hebben bij bijvoorbeeld huilen en onrust, voorkeurshouding, prematuriteit, heupdysplasie en hypotonie. Wij van Kinderfysiotherapie Groei! hebben een opleiding gevolgd tot draagconsulent bij Zorgdragen Opleidingen en begeleiden u graag bij het gebruik van een draagoplossingen. Meer informatie over de draagconsulten leest u hier.

FysioTape is een elastische gekleurde tape. Tegenwoordig is dit middel regelmatig te zien bij de topsporters op tv. Maar ook bij de wat mildere klachten kan FysioTape in sommige gevallen verlichting brengen. Op deze manier kunnen oefeningen beter worden uitgevoerd en hierdoor kan sneller herstel optreden.

Of het gebruik van FysioTape geïndiceerd is, wordt per hulpvraag en per kind bekeken en beoordeeld.

Meld uw kind nu snel en gemakkelijk aan!

NEEM CONTACT OP

Uw naam (verplicht)

Uw Email Adres (verplicht)

Telefoonnummer (verplicht)

Uw Bericht